Een verslaving kan in verschillende arbeidsrechtelijke leerstukken doorwerken. In deze blogsreeks zoom ik in op de arbeidsrechtelijke gevolgen van een gokverslaving bij ontslag. In deze vierde blog beantwoord ik de vraag of een werkgever vergokte of verduisterde gelden met succes kan terugvorderen van een gokverslaafde werknemer.
Gokverslaafde werknemer en terugvordering van vergokte gelden
Een gokverslaafde werknemer die gelden heeft verduisterd en heeft vergokt, wordt niet zelden op staande voet ontslagen. Indien het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, heeft de werkgever het geld nog niet terug.
Werknemersaansprakelijkheid
Een werkgever beschikt over meerdere juridische grondslagen om verduisterde gelden terug te vorderen. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan:
- onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW);
- onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW);
- ernstige wanprestatie (artikel 7:686 BW);
- werknemersaansprakelijkheid (artikel 7:661 BW).
In de praktijk worden deze grondslagen vaak naast elkaar (primair, subsidiair en meer subsidiair) aangevoerd. Indien een werknemer zonder rechtsgrond bedragen naar zichzelf heeft overgemaakt, ligt een beroep op onverschuldigde betaling voor de hand. Zo wees de rechtbank Rotterdam een vordering van bijna € 800.000 toe wegens bedragen die een werknemer zonder rechtsgrond aan de werkgever had onttrokken (Rb. Rotterdam 1 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10331).
Werknemersaansprakelijkheid gokverslaafde werknemer(art. 7:661 BW)
In de recente Hydromaster-zaak werd de vordering in hoger beroep toegewezen op grond van artikel 7:661 BW. Artikel 7:661 BW beschermt werknemers tegen aansprakelijkheid voor schade die ontstaat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Op die regel bestaat een belangrijke uitzondering. De werknemer is wel aansprakelijk indien sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.
Overigens kan afgevraagd worden of de hogere maatstaf van artikel 7:661 BW op een dergelijke situatie van toepassing is. Artikel 7:661 BW beperkt zich tot schade die de werkgever lijdt bij de uitvoering van de werkzaamheden van de werknemer. In de parlementaire geschiedenis van artikel 7:661 BW is aansluiting gezocht bij artikel 6:170 BW. Daarbij heeft de wetgever opgemerkt dat handelingen waarbij een werknemer uitsluitend eigen doeleinden nastreeft, te ver verwijderd kunnen staan van de opgedragen werkzaamheden. Ook de uitspraak van de Hoge Raad van 2 december 2022 (JAR 2023/18) lijkt daarmee in lijn.
Dat roept de vraag op of een gokverslaafde werknemer die doelbewust gelden naar zichzelf overboekt, zich überhaupt kan beroepen op de bescherming van artikel 7:661 BW. Anders dan een werknemer die bij de uitvoering van zijn taken een fout maakt, streeft een verduisterende werknemer immers uitsluitend zijn eigen belangen na. Te betogen valt dat de hoge drempel van artikel 7:661 BW in dergelijke situaties niet steeds van toepassing zou moeten zijn.
Kan een werknemer met een gokverslaving aansprakelijkheid voorkomen?
Werkgevers krijgen regelmatig het verweer dat de fraude of verduistering is veroorzaakt door een gokverslaving. De enkele aanwezigheid van een gokverslaving is echter onvoldoende. De werknemer zal aannemelijk moeten maken dat de verslaving gepaard ging met of voortvloeide uit andere psychische stoornissen. Daarnaast moet blijken dat die stoornis zijn handelen gedurende de relevante periode in overwegende mate heeft beheerst (Hof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4789). Het bewijsrisico rust daarbij op de werknemer (Rb. Gelderland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:4313). De lat ligt hoog. De werknemer zal feitelijk moeten aantonen dat hij zijn wil niet langer in vrijheid kon bepalen.
Langdurige fraude
Net als bij ontslag op staande voet, ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de aanspraak op een transitievergoeding blijkt ook in aansprakelijkheidsprocedures een langdurige fraude moeilijk verenigbaar met het standpunt dat de werknemer zijn wil niet langer in vrijheid kon bepalen.
In veel zaken heeft de verduistering door een gokverslaafde werknemer gedurende maanden of zelfs jaren plaatsgevonden. Werknemers boeken stelselmatig bedragen over, verhullen transacties of omzeilen interne controles. Juist in die situaties zal de werknemer moeten aantonen dat zijn verslaving zijn handelen gedurende die gehele periode in overwegende mate heeft beheerst. Dat blijkt in de praktijk niet eenvoudig.
Dat gebeurde ook in de recente Hydromaster-zaak. Het hof oordeelde dat onvoldoende was gebleken dat de aandoeningen en stoornissen van de werknemer zijn handelen zodanig hadden beheerst dat hij niet anders kon dan de geldbedragen naar zichzelf overboeken. Daarbij speelde tevens een rol dat de gewraakte gedragingen niet het gokken zelf betroffen, maar de doelbewuste overboekingen van gelden naar rekeningen waarover de werknemer de beschikking had. Het hof kwalificeerde deze handelingen als opzettelijke overboekingen.
Conclusie gokverslaafde werknemer
Dat een werknemer gokverslaafd is, betekent niet dat de werkgever met lege handen staat. Een werkgever beschikt vaak over meerdere grondslagen om verduisterde of vergokte gelden terug te vorderen.
Een beroep op een gokverslaving slaagt slechts onder bijzondere omstandigheden. De werknemer zal aannemelijk moeten maken dat zijn verslaving gepaard ging met een psychische stoornis die zijn handelen gedurende de gehele relevante periode in overwegende mate heeft beheerst. Juist op dat punt worden procedures over aansprakelijkheid en gokverslaving vaak gewonnen of verloren.
Meer weten over dit onderwerp? Lees hier de annotatie die Julie den Haak en Boy Stenden schreven over de aansprakelijkheid van een gokverslaafde werknemer en de terugvordering van verduisterde gelden.
Meer weten over dit onderwerp? Lees hier de annotatie die Julie den Haak en Boy Stenden schreven over de gokverslaafde werknemer.
Zie ook de andere blogs van deze reeks:
