Een verslaving kan in verschillende arbeidsrechtelijke leerstukken doorwerken. In deze blogsreeks zoom ik in op de arbeidsrechtelijke gevolgen van een gokverslaving. In deze derde blog bespreek ik of een gokverslaafde werknemer die fraudeert, gelden verduistert of op staande voet ontslag krijgt, aanspraak kan maken op een transitievergoeding.
Recht op een transitievergoeding
Een werknemer heeft recht op een transitievergoeding indien het dienstverband op initiatief van een werkgever is beëindigd of niet is voortgezet, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
Omdat voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet niet altijd verwijtbaarheid is vereist, kan ook een rechtsgeldig ontslagen gokverslaafde werknemer recht hebben op een transitievergoeding.(HR 30 maart 2018, «JAR» 2018/109).
Uit de rechtspraak volgt dat een gokverslaafde werknemer die rechtsgeldig op staande voet is ontslagen, recht kan hebben op een transitievergoeding indien (i) de verslaving gepaard gaat met of voortvloeit uit (andere) psychische stoornissen en (ii) zijn denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zo ingrijpend worden beïnvloed dat betrokkene zijn handelen niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis dat handelen in overwegende mate beheerst (Rb. Noord-Nederland 10 oktober 2018, «JAR» 2018/288 en Rb. Oost-Brabant 11 februari 2025, «JAR» 2025/81). Een gokverslaafde werknemer die jarenlang bedragen onterecht heeft onttrokken, zal moeten aantonen dat de gokverslaving zijn handelen over die gehele periode in overwegende mate beheerste (Rb. Oost-Brabant 11 februari 2025, «JAR» 2025/81, Rb. Rotterdam 1 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10331 en Rb. Gelderland 31 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3431). De enkele stelling dat fraude of verduistering voortkwam uit een gokverslaving is onvoldoende.
Fraude en verduistering vinden vaak gedurende langere tijd plaats. De gokverslaafde werknemer zal dan moeten aantonen dat zijn verslaving gedurende die volledige periode zijn handelen in overwegende mate heeft beheerst. Dat blijkt in de praktijk vaak lastig. Daarnaast kijken rechters kritisch naar de wijze waarop de werknemer te werk is gegaan. Wanneer sprake is van een bewuste, geraffineerde of langdurige werkwijze, wordt daaruit juist afgeleid dat de werknemer weloverwogen keuzes heeft gemaakt.
Ernstig verwijtbaar handelen, maar toch een transitievergoeding
Komt vast te staan dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, dan is niet uit te sluiten dat de werknemer alsnog voor een (gedeeltelijke) transitievergoeding in aanmerking komt. De verslaving kan namelijk een omstandigheid zijn die maakt dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en alsnog wordt toegekend.
Geen ernstig verwijtbaar handelen, maar toch geen transitievergoeding
Indien de gedragingen de werknemer als gevolg van zijn verslaving niet toerekenbaar zijn en ook niet ernstig verwijtbaar, dan wil dat niet zeggen dat de werknemer per definitie voor een transitievergoeding in aanmerking komt. Op grond van art. 6:2 lid 2 BW of 6:248 lid 2 BW kan het toekennen van de transitievergoeding namelijk naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (Rb. Noord-Nederland 10 oktober 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:3945).
Conclusie gokverslaafde werknemer
Ook een gokverslaafde werknemer behoudt bij ontslag in beginsel recht op een transitievergoeding. Verricht de werknemer ernstig verwijtbaar handelen, dan vervalt dat recht in principe. Een gokverslaving kan echter de beoordeling van de verwijtbaarheid beïnvloeden. Daarnaast kan de verslaving aanleiding geven om ondanks ernstige verwijtbaarheid toch een transitievergoeding toe te kennen.
Meer weten over dit onderwerp? Lees hier de annotatie die Julie den Haak en Boy Stenden schreven over de gokverslaafde werknemer.
Zie ook de andere blogs van deze reeks:
