Het wetsvoorstel om de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers, zou een bezuiniging moeten opleveren van € 380 miljoen per jaar. Wie echter verder kijkt, ziet vooral een maatregel die (i) oude problemen nieuw leven inblaast, (ii) de deur openzet naar juridische onzekerheid en procedures en (iii) de schatkist (vermoedelijk) […]

Wetsvoorstel beperken compensatie transitievergoeding LAO is een slecht idee

Juridisch nieuws

Het wetsvoorstel om de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers, zou een bezuiniging moeten opleveren van € 380 miljoen per jaar. Wie echter verder kijkt, ziet vooral een maatregel die (i) oude problemen nieuw leven inblaast, (ii) de deur openzet naar juridische onzekerheid en procedures en (iii) de schatkist (vermoedelijk) meer zal kosten dan het oplevert.

​Achtergrond wetsvoorstel

Met de invoering van de WWZ per 1 juli 2015 werd de transitievergoeding geïntroduceerd. Het doel van de transitievergoeding was tweeledig: (i) compensatie voor ontslag en (ii) het bevorderen van de transitie van werk naar (ander) werk.

De verplichting om ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid een transitievergoeding te betalen, leidde tot kritiek. Werkgevers hadden al (tenminste) twee jaar loon doorbetaald en re-integratiekosten gemaakt. Om de extra kosten van de transitievergoeding te vermijden, werden vanaf 2015 arbeidsovereenkomsten ‘slapend’ gehouden.

​Het ongewenste neveneffect: slapende dienstverbanden

​Vanaf 2015 is over slapende dienstverbanden veelvuldig geprocedeerd. Zo ook door ondergetekende namens een academisch ziekenhuis (ECLI:NL:RBGEL:2020:4402). Tot en met november 2019 was de lijn in de rechtspraak dat een werkgever niet verplicht was om een slapend dienstverband te beëindigen onder uitbetaling van de transitievergoeding.

Het slapend houden van dienstverbanden werd door de toenmalige minister Lodewijk Asscher (en ook door verschillende kantonrechters) weliswaar als onfatsoenlijk bestempeld, maar was juridisch toegestaan.

Om dit maatschappelijk ongewenste neveneffect tegen te gaan, werd op 1 juli 2018 de compensatieregeling ingevoerd. Deze trad op 1 april 2020 in werking (met terugwerkende kracht tot 2015). Op basis van de compensatieregeling kregen werkgevers de transitievergoeding gecompenseerd door het UWV.

​Het Xella-norm

​Onder verwijzing naar de compensatieregeling oordeelde de Hoge Raad in november 2019 dat van een werkgever op grond van goed werkgeverschap kon worden verwacht dat hij meewerkt aan beëindiging van een slapend dienstverband, onder toekenning van de transitievergoeding. Deze norm staat bekend als de Xella-norm.

​De kosten van compensatie transitievergoeding

​Vanaf november 2019 werden slapende dienstverbanden massaal beëindigd. In 2020 werd circa € 1 miljard aan compensatie uitgekeerd. Anno 2025 kost het de schatkist jaarlijks ongeveer € 500 miljoen.

​De bezuinigingsmaatregel van het voormalige kabinet

​Het voormalige kabinet stelde daarom voor om de compensatieregeling te beperken tot kleine werkgevers. Middelgrote en grote werkgevers zouden in de regel beter in staat zijn om de transitievergoeding na twee jaar ziekte zelf te dragen. De beoogde besparing: circa € 380 miljoen per jaar.

​Stevige kritiek beperken compensatie transitievergoeding

​Tijdens de internetconsultatie, in de adviezen van de Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak werd gewaarschuwd voor de terugkeer van slapende dienstverbanden. Voorts zou juridische onduidelijkheid ontstaan of de Xella-norm zou blijven gelden voor werkgevers die buiten de compensatieregeling vallen. De Xella-norm is immers ontstaan door en na invoering van de compensatieregeling.

Daarnaast wijst de Raad van State erop dat het onderscheid tussen kleine en (middel)grote werkgevers niet zuiver is. Er zijn immers kleine werkgevers die financieel gezond zijn en de transitievergoeding prima kunnen betalen, terwijl er onder grotere werkgevers ook voldoende financieel kwetsbare ondernemingen zijn.

De Raad van State adviseert voorts opnieuw te kijken naar de fundamentelere vraag of de transitievergoeding – gelet op het tweeledige doel bij invoering daarvan – bij langdurige arbeidsongeschiktheid überhaupt gerechtvaardigd is. Bij langdurige arbeidsongeschikte werknemers, met name bij werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, is een transitie van werk naar werk vaak niet of in mindere mate aan de orde.

​Ook de Raad voor de rechtspraak is kritisch en verwacht een toename van procedures als gevolg van de juridische onduidelijkheid en extra kosten. De overheid bespaart op de SZW-begroting, maar creëert tegelijkertijd nieuwe lasten en risico’s voor werkgevers én extra druk op de rechtspraak.

​Lichtpuntjes compensatie transitievergoeding

​De minister heeft weinig gedaan met de kritiek en het wetsvoorstel op 5 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. De beoogde inwerkingtreding was 1 juli 2026. Op 24 april 2026 werd echter duidelijk dat deze datum niet haalbaar is.

Verrassend is dat allerminst. Een wetsvoorstel binnen zes maanden door beide Kamers loodsen is simpelweg niet realistisch. De beoogde inwerkingtredingsdatum is inmiddels verschoven naar 1 januari 2027. Hopelijk geldt hier: van uitstel komt afstel.

Daar is inmiddels ook een extra reden toe. In het coalitieakkoord van 30 januari 2026 (“Aan de slag”) wordt een andere koers voorgesteld: de transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikten wordt mogelijk ingrijpend aangepast of afgeschaft. De huidige maatregel dreigt daarmee een tijdelijke tussenoplossing te worden.

Contact advocaat arbeidsrecht en arbeidsmigratierecht?

Voor vragen over de compensatieregeling of het wetsvoorstel kun je met mij contact opnemen (boystenden@lawandpepper.com of 06-27177989) of een afspraak inplannen bij ons kantoor in Eindhoven. Wil je op de hoogte blijven van al mijn arbeids- en arbeidsmigratierechtelijke blogs? Volg dan de LinkedIn-pagina van Law&Pepper Advocaten.