Het wetsvoorstel om de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers, zou een bezuiniging moeten opleveren van € 380 miljoen per jaar. Wie echter iets verder kijkt, ziet vooral een maatregel die oude problemen nieuw leven inblaast, de deur openzet naar juridische onzekerheid en procedures, en de schatkist (vermoedelijk) meer zal kosten dan het oplevert.
Achtergrond
Met de invoering van de WWZ per 1 juli 2015 werd de transitievergoeding geïntroduceerd. Deze vergoeding had een tweeledig doel: (i) compensatie voor ontslag en (ii) het faciliteren van de transitie van werk naar (ander) werk.
De verplichting om ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid een transitievergoeding te betalen, leidde al snel tot kritiek. Werkgevers hadden immers al twee jaar loon doorbetaald en re-integratiekosten gemaakt. Om de extra kosten van een transitievergoeding te vermijden, werden vanaf 2015 arbeidsovereenkomsten ‘slapend’ gehouden.
Het ongewenste neveneffect: slapende dienstverbanden
Vanaf 2015 is over slapende dienstverbanden veelvuldig eprocedeerd. Zo ook door ondergetekende namens een academisch ziekenhuis (ECLI:NL:RBGEL:2020:4402). Tot en met 2019 was de lijn in de rechtspraak dat een werkgever niet verplicht was om een slapend dienstverband te beëindigen onder uitbetaling van de transitievergoeding.
Het slapend houden van dienstverbanden werd door de toenmalige minister Lodewijk Asscher (en ook door verschillende kantonrechters) weliswaar als onfatsoenlijk bestempeld, maar was juridisch toegestaan.
Om dit ongewenste neveneffect tegen te gaan, werd op 1 juli 2018 de compensatieregeling ingevoerd. Deze trad in 2020 in werking (met terugwerkende kracht tot 2015) en maakte het mogelijk voor werkgevers om de betaalde transitievergoeding te laten compenseren door het UWV.
Het Xella-arrest
In november 2019 oordeelde de Hoge Raad in het Xella-arrest — onder verwijzing naar de compensatieregeling — dat van een werkgever op grond van goed werkgeverschap mag worden verwacht dat hij meewerkt aan beëindiging van een slapend dienstverband, onder toekenning van de transitievergoeding. Dit staat bekend als de Xella-norm.
De kosten van compensatie transitievergoeding
Vanaf 2020 werden slapende dienstverbanden massaal beëindigd. In dat jaar werd circa € 1 miljard aan compensatie uitgekeerd. Inmiddels bedragen de jaarlijkse kosten voor de schatkist ongeveer € 500 miljoen.
De bezuinigingsmaatregel van het voormalige kabinet
Het voormalige kabinet stelde daarom voor om de compensatieregeling te beperken tot kleine werkgevers. Middelgrote en grote werkgevers zouden in de regel beter in staat moeten zijn om de transitievergoeding na twee jaar ziekte zelf te dragen. De beoogde besparing: circa € 380 miljoen per jaar.
Stevige kritiek beperken compensatie transitievergoeding
Tijdens de internetconsultatie, en in de adviezen van de Raad van State en de Raad voor de rechtspraak werd gewaarschuwd voor de terugkeer van slapende dienstverbanden. Voorts zou juridische onduidelijkheid ontstaan of de Xella-norm zou gelden voor werkgevers die buiten de compensatieregeling zouden vallen. Die norm is immers gekoppeld aan het bestaan van de regeling.
Mijn inschatting is dan ook dat de Xella-norm niet zonder meer van toepassing zal zijn op de groep werkgevers voor wie de compensatieregeling wordt afgeschaft.
Daarnaast wijst de Raad van State erop dat het onderscheid tussen kleine en (middel)grote werkgevers niet zuiver is. Er zijn immers kleine werkgevers die financieel gezond zijn en de transitievergoeding prima kunnen dragen, terwijl er onder grotere werkgevers ook voldoende financieel kwetsbare ondernemingen zijn.
De Raad van State adviseert daarom om opnieuw te kijken naar de fundamentelere vraag of de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid überhaupt nog gerechtvaardigd is. Gelet op het oorspronkelijke doel — de transitie van werk naar werk — valt daar zeker iets voor te zeggen, met name bij werknemers met een IVA-uitkering.
Ook financieel is beperken compensatie transitievergoeding een slecht idee
Ook de Raad voor de rechtspraak is kritisch en verwacht een toename van procedures als gevolg van de juridische onduidelijkheid.
Hoewel de extra kosten voor de rechtspraak relatief beperkt zijn (circa € 700.000 in de eerste twee jaar), ligt het werkelijke probleem elders: de maatregel leidt tot kostenverschuiving.
De overheid bespaart op de SZW-begroting, maar creëert tegelijkertijd nieuwe lasten en risico’s voor werkgevers én extra druk op de rechtspraak. Van een echte bezuiniging is daarmee geen sprake.
Lichtpuntjes compensatie transitievergoeding
De minister heeft weinig gedaan met de kritiek en het wetsvoorstel op 5 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. De beoogde inwerkingtreding was 1 juli 2026. Op 24 april 2026 werd echter duidelijk dat deze datum niet haalbaar is.
Verrassend is dat allerminst. Een wetsvoorstel binnen zes maanden door beide Kamers loodsen is simpelweg niet realistisch. De beoogde inwerkingtredingsdatum is inmiddels verschoven naar 1 januari 2027. Hopelijk geldt hier: van uitstel komt afstel.
Daar is inmiddels ook een extra reden toe. In het coalitieakkoord van 30 januari 2026 (“Aan de slag”) wordt een andere koers voorgesteld: de transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikten wordt mogelijk ingrijpend aangepast of afgeschaft. De huidige maatregel dreigt daarmee een tijdelijke en kostbare tussenoplossing te worden.
Contact advocaat arbeidsrecht en arbeidsmigratierecht?
Voor vragen over de compensatieregeling of het wetsvoorstel kun je met mij contact opnemen (boystenden@lawandpepper.com of 06-27177989) of een afspraak inplannen bij ons kantoor in Eindhoven. Wil je op de hoogte blijven van al mijn arbeids- en arbeidsmigratierechtelijke blogs? Volg dan de LinkedIn-pagina van Law&Pepper Advocaten.
